Alternatieven voor woningverwarming

Voor het energiezuinig maken van woningen of deze zelfs ‘van het gas halen’ is de eerste vraag altijd: welke alternatieven bestaan er en wat is verstandig om te doen?

Van het gas af

Sinds het besluit van de overheid om de gaswinning in Groningen fors terug te brengen is het streven naar ‘gasloos’ wonen concreet. Voor landen om ons heen is gas een duurzame tussenstap, op weg naar een fossielvrije toekomst. Daarom wordt gas ook wel een ‘transitiebrandstof‘ genoemd. Maar Nederland is aardgasverslaafd bij uitstek en de enige stap richting duurzaam is het gebruik van gas uitfaseren.

Vandaar dat ook besloten is voor nieuwbouwwoningen de verplichte aansluiting op het gasnet te schrappen. Bedoeling is dat nieuwbouwwoningen opgeleverd gaan worden zonder gasgestookte installaties, voor verwarmen, warmt tapwater en koken.

Op het gebruik van de CV-ketel komt geen verbod, dat is nepnieuws. Wel zullen alternatieve vormen voor verwarming gestimuleerd gaan worden, naast het verhogen van de energiebelasting op gas. Gas wordt naar verwachting op termijn vanzelf duurder; Nederland wordt een netto importland voor gas en daarmee afhankelijk van buitenlandse leveranciers.

Van gas naar gas

Gas heeft een hoge energiedichtheid en is voor het verwarmen van woningen met een CV-ketel zeer geschikt. Het uitfaseren van aardgas en het op termijn ook willen terugdringen van de import van buitenlands gas, betekent niet dat we ‘van het gas af’ moeten. Er is ook biogas bijvoorbeeld. De productie daarvan staat nog in de kinderschoenen, maar kan hard groeien. In optimistische scenario’s kan in 2030 misschien al 2 miljard kuub biogas in het bestaande gasnet ingevoerd worden. De vraag naar gas per jaar is ongeveer het tienvoudige.

Naast biogas is het aardgasnet ook geschikt voor waterstofgas. Waterstofgas is een energiedrager die eerst gemaakt moet worden. Dat gebeurt nu door aardgas te bewerken, maar kan ook met electrolyse, dus met gebruikmaking van elektriciteit, bij voorkeur uit duurzame bronnen als wind en zon. Met waterstof kun je een brandstofcel gebruiken; een warmte-kracht-koppeling waarmee voor een woning of gebouw zowel warmte als elektriciteit geproduceerd kan worden. Dit zijn bestaande technieken, al zijn ze nog kostbaar.

Oudere woningen, de dichtbebouwde binnensteden, dit zijn woningtypen waar het niet eenvoudig is om van het gas af te komen. Ook hoogwaardig isoleren is niet alleen moeilijk, maar ook erg duur. Overstappen op biogas of later waterstofgas, is dan een interessante route.

Van gas naar elektriciteit

Het meest toegepaste alternatief voor het verwarmen met een gasgestookte CV-ketel is de warmtepomp. Deze heeft elektriciteit nodig, en de warmte die opgeslagen zit in de bodem, de buitenlucht of in water. Nadeel is dat een warmtepomp het elektriciteitsverbruik van een woning meer dan verdubbelt. Als een hele wijk dat doet, lopen we tegen de grenzen van het elektriciteitsnet. Behalve een warmtempomp zouden dan tegelijk ook zonnepanelen nodig zijn, en liefst ook opslag van elektriciteit in batterijen. Ga er maar aan staan.

Oplossingen kun je uitwerken per woning, maar soms kan het beter zijn om te denken in groepjes van woningen, zoals een straat of een complete wijk.

Warmtenetten

In plaats van het verwarmen van woningen met een installatie per woning, is het ook mogelijk de woningen aan te sluiten op een lokaal warmtenet. Vanwege de dichtheid in bouw is dit voor de Oranjewijk ook geen gek idee. Een lokaal warmtenet kan ook bestaan uit ‘blokverwarming’, waarbij een centraal geplaatst verwarmingssysteem een blok woningen van warm water voorziet.

Ook dan zijn er allerlei alternatieven. Het centrale systeem kan op aardgas werken, op biogas, op geothermie, op industriële restwarmte (van Friesland Campina bijvoorbeeld). Later ook op waterstofgas. Gekozen kan worden voor hoge temperatuur (dus heet water) geschikt voor onze huidige woningen. Ook kan sprake zijn van een lage temperatuur warmtenet, waarbij per woning een (kleine) warmtepomp wordt toegepast om het water heet genoeg te maken voor onze radiatoren.

Maar een warmtenet heeft ook grote nadelen. Voldoende woningen moeten aangesloten worden om het systeem rendabel te maken, dat kan een verplichting inhouden en woningeigenaren houden daar niet zo van. Ook is het niet zeker of de kosten voor dit soort warmte niet veel hoger uitvallen dan we nu gewend zijn. Vandaar dat een lokaal warmtenet, een vorm van blokverwarming, waarvan bewoners samen eigenaren zijn zoals in een VvE (vereniging van eigenaren) of energiecoöperatie, misschien een beter oplossing is.

Overzicht van alternatieven

De Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie NVDE heeft een mooi overzicht samengesteld, hieronder weergegeven. Klik er op om het plaatje te vergroten. Kijk op de pagina oplossingen voor meer ideeën.