Willen en kunnen we onze wijk verduurzamen en wat komt daarbij kijken? Siebe Schootstra, lid van de werkgroep Nieuwe Energie Oranjewijk (NEO) onderzoekt de mogelijkheden. In deel 1: de gevolgen van klimaatverandering.

Hoe klimaatbestendig is de Oranjewijk?

Wat zijn de gevolgen van klimaatverandering voor onze wijk, moeten we ons gaan wapenen tegen wateroverlast, stormen en hittegolven? Krijgen we te maken met smog, gebrek aan drinkwater en wachtrijen bij de benzinepomp? Hoe merkbaar zijn de gevolgen van de wereldwijde temperatuurstijging en, belangrijker, moeten we daar iets tegen doen?

Vorige maand hield Henk de Vries een lezing in het Historisch Centrum over de Emmakade, als voorproefje op zijn boek over de de bebouwing en bewoning weerszijden het Nieuwe Kanaal. Foto’s genomen rond 1900 laten zien hoe eendrachtig, met de hand, het kanaal uitgegraven wordt. De Oranjewijk bestond nog niet en de industrialisatie was nog maar net op gang gekomen. Tegelijk markeren deze foto’s het einde van een periode waarin van temperatuurstijging en klimaatverandering nog geen sprake was.

Opwarming

De meningen over klimaatverandering en die over oorzaak en gevolg lopen ver uiteen. Tussen klimaatalarmisten en -sceptici is een fel debat gaande dat tot op heden nog steeds gevoed wordt door de onzekerheden in klimaatmodellen, meetreeksen en berekeningen. De wetenschap erkent deze foutmarges en probeert die, overigens met wisselend succes, verder te verkleinen. Echter, de verbetering van de modellen en actuele meetwaarden die de uitkomsten van eerdere voorspellingen bevestigen, leiden ertoe dat klimaatwetenschappers wereldwijd het steeds vaker eens zijn over klimaatverandering en de gevolgen daarvan. Helaas, zou je kunnen zeggen, want dan krijgen ook wij met de gevolgen te maken.

Hoe zat het ook weer? Broeikasgassen zijn een natuurlijk fenomeen en voor het voortbestaan van mens en natuur noodzakelijk. De atmosfeer houdt dankzij de gassen warmte vast en zorgt voor een gemiddelde temperatuur van zo’n 15 graden Celsius aan het aardoppervlak. Daarnaast maken de broeikasgassen onderdeel uit van een cyclus. Koolstofdioxide (CO2) bijvoorbeeld is nodig voor de groei van bomen en planten. Wereldwijd is de natuurlijke uitstoot van broeikasgassen en de opname daarvan ruwweg in balans. Althans dat was zo, tot die foto van de aanleg van het Nieuwe Kanaal.

Sinds de industriële revolutie en door het gebruik van fossiele brandstoffen als steenkool en olie is sinds 1850 de uitstoot van broeikasgassen toegenomen. De mate waarin de aarde extra broeikasgassen kan opnemen is beperkt, dus het gehalte van de gassen in de atmosfeer neemt toe. De warme deken wordt dikker en dus stijgt de temperatuur, met gevolgen voor de weersystemen, smeltende ijskappen van de polen en zeespiegelstijging, om een paar merkbare ontwikkelingen te noemen. Meetreeksen van weerstations en satellietopnamen bevestigen dit. De boel is dus aan het schuiven.

De werkelijkheid is een stuk ingewikkelder en daardoor ontstaat discussie. Hoewel het gros van wetenschappers overtuigd is dat de wereldwijde temperatuurstijging een direct gevolg is van de toegenomen hoeveelheid broeikasgassen, een kleine groep blijft roepen dat de toename van gassen in de atmosfeer geen probleem hoeft te zijn. Bij welke groep je wilt horen hangt af van de mate van risico die je bereid bent te nemen.

Klimaatbeleid

Het is duidelijk dat de politiek al een keuze heeft gemaakt en geen risico wil nemen. In het Kyoto-protocol (2005) is voor het eerst een wereldwijde afspraak gemaakt over het terugdringen van broeikasgassen in de atmosfeer. Het akkoord van de klimaattop in Parijs gaat vele stappen verder en is door maar liefst 174 landen ondertekend. Centraal in dat akkoord staat het voornemen om de temperatuurstijging te beperken tot 2 graden C. Dit is de stijging vanaf het pre-industriële tijdperk, dus voor het uitgraven van het Nieuwe Kanaal. Volgens het KNMI schieten we al over de 1,5 graden stijging heen, ook al zou de uitstoot van broeikasgassen door de mens per direct naar nul worden gebracht. Bovendien, met de reductie-doelen van alle landen bij elkaar geteld wordt ook de 2 graden overschreden en moet er dus nog veel meer gebeuren willen we ‘Parijs’ halen.


Deze grafiek toont de ontwikkeling van CO2 toename, geprojecteerd over de ontwikkeling van de gemiddelde, wereldwijde temperatuur. Om in huis, op kantoor of in het klaslokaal goed te kunnen functioneren geldt 800 ppm als bovengrens. Vanaf 1200 ppm ontstaat concentratieverlies, hoofdpijn, etc. Momenteel ligt het CO2-gehalte in de buitenlucht rond 400 ppm. Bij het graven van het nieuwe kanaal was dat nog maar 280 ppm. (Modern Global Climate Change, Thomas R. Karl and Kevin E. Trenberth, Science, 05-12-2003)


De vraag is natuurlijk hoe erg die temperatuurstijging is. Met een paar graden valt nog wel te leven, zeggen wetenschappers. Maar vanaf een graad of 3 kan de boel in versnelling komen; de zogenaamde ‘tipping points’ komen dan in beeld. Gletsjer- en poolijs bijvoorbeeld, is dan al zo ver afgenomen dat minder zonlicht vanaf het aardoppervlak weerkaatst wordt, wat de opwarming verder versnelt. Zo bestaan meerdere kantelpunten waardoor de temperatuurstijging onafhankelijk van wat de mens doet, zal dóórstijgen. Waar we dan terecht komen weet niemand.

Het (internationale) klimaatbeleid is gestoeld op een eenvoudige redenering. Om wereldwijde temperatuurstijging tegen te gaan, moet de uitstoot van broeikasgassen tot een minimum beperkt worden. Dat kan door te stoppen met processen waarbij deze gassen uitgestoten worden, zoals bij de industrie, transport en vervoer, elektriciteitscentrales en het verwarmen van gebouwen en woningen. Zo’n beetje bij alles, dus.

De Europese Unie kent een stevig milieu- en klimaatbeleid, al bestaat de aandacht voor CO2-uitstoot nog maar een paar decennia. Voor die tijd was de olieschaarste een belangrijke drijfveer. Ook was zichtbare schade aan het milieu een drijfveer, schade door fosfaten in de wasmiddelen en de cfk’s van koelkasten en spuitbussen. Het energielabel op apparaten kwam in 1992. Sindsdien is een waar woud van regels gegroeid, om energieverbruik te beperken, duurzame energie te stimuleren en CO2-reductie te bewerkstelligen.

Gevolgen voor de Oranjewijk

Voor onze compacte, mooie en ruim 100 jaar oude woonwijk zijn de directe gevolgen van klimaatverandering waarschijnlijk nog wel te overzien. Storm kunnen we hebben, regenwater kan nog voldoende afgevoerd worden en perioden van hitte moeten we maar voor lief nemen. Klimaatvluchtelingen zullen we niet worden, al moeten we ze wellicht wel huisvesten. Eerder zullen de gevolgen niet van klimaatverandering, maar van klimaatbeleid ons treffen. En dat merken we nu al en daarom hier een paar op rij.

1. De energiebelasting en de extra opslag op de energierekening voor de ontwikkeling van duurzame energie (de ODE) stijgen hand over hand. Van de plm. 22 eurocent per kWh gaat maar een cent of vijf naar de producent van elektriciteit. De energiebelastingen zullen blijven stijgen en verschuiven van elektra naar aardgas.

2. Door toename van decentrale opwekking van elektriciteit en tegelijk het toenemen van elektrische apparaten (warmtepomp, elektrische auto) zijn grote investeringen nodig in het elektriciteitsnet. Deze kosten worden doorberekend met een stijging van de aansluit- en transporttarieven tot gevolg.

3. Gas voor koken en verwarmen moet op termijn grotendeels uit het buitenland komen. Hier is het op of willen we het niet meer oppompen. Wel kan mogelijk een deel van het aardgas vervangen worden door biogas. Zo goedkoop als het nu is zal het in ieder geval niet blijven. Een kubieke meter aardgas levert evenveel energie als zo’n 10 kWh; en dat kost € 2,20.

4. Met zogenoemde emissierechten wordt de uitstoot van CO2 geregeld. Dit emissie handelssysteem zal naar verwachting steeds beter gaan werken en ook steeds meer sectoren treffen. Denk hierbij aan zeetransport, luchtvaart en wellicht ook fossiele brandstoffen aan de pomp. Dus, om maar wat te noemen, ook een vliegticket zal duurder worden.

Bij deze vier punten draait het om geld en het lijstje is gemakkelijk uit te breiden. Wat te denken van de ontwikkeling van woningwaarde, van een woning met energielabel G? Of het versneld afschrijven van dieselauto’s, als er een milieuzone komt. Of het zonder vrije keuze aangesloten worden op een kostbaar warmtenet, zodat we van het gas af kunnen. Met minder effect op onze eigen portemonnee zijn ook andere ontwikkelingen denkbaar. Zoals het Friese landschap, waarin windmolenparken domineren. Meren volgelegd met zonnepanelen. En dat je bananenschillen apart bij de Omrin moet inleveren, omdat ze daar dan geelgekleurd bioplastic van maken.

Niet zozeer de klimaatverandering, maar de regelgeving voortkomend uit klimaatbeleid gaat onze wijk treffen en dan in eerste instantie in de vorm van stijgende kosten. In het volgend nummer bekijken we in deel 2 welke mogelijkheden die kostenstijging biedt.